FAQs

Heb je een vraag over lasersnijden, frezen of het aanleveren van bestanden? Hieronder vind je de antwoorden op de meest gestelde vragen.

Over LetoLab

Ik breng jouw ideeën tot leven met lasersnijden, CNC-frezen, ontwerpen en computational design. Van maquette-onderdelen en prototypes tot maatwerkoplossingen: ik combineer creativiteit, precisie en vakmanschap om iets te maken dat perfect aansluit bij jouw project.

Lees hier meer over LetoLab

Bij LetoLab krijg je meer dan standaard laser– of freeswerk. Je krijgt een partner die actief met je meedenkt en zorgt dat jouw idee niet alleen uitgevoerd wordt, maar ook écht tot zijn recht komt.

Wat LetoLab uniek maakt:

  • Maatwerk met visie: Ik kijk verder dan de opdracht en help je actief om je idee naar een hoger niveau te tillen. Of het nu gaat om een slimme aanpassing in het ontwerp, materiaaladvies of een efficiëntere aanpak, ik denk met je mee.
  • Computational design: Met slimme algoritmes kan ik werkvoorbereiding en productie efficiënter maken en methodes toepassen om bouwpakketten of bijzondere patronen te genereren.
  • Persoonlijke aanpak: Bij mij ben je geen ordernummer, maar een persoon met een uniek project. Ik hou van korte lijntjes en helder communiceren, zodat je altijd weet waar je aan toe bent.
  • Passie voor vakmanschap: De machines doen het snij- en freeswerk, maar ik zorg ervoor dat alles klopt. De ervaring die ik in vele jaren heb opgedaan met digitale gereedschappen vertaalt zich in kwaliteit.
  • Flexibel en oplossingsgericht: Loopt iets anders dan verwacht? Dan ga ik door totdat we een oplossing hebben die werkt. Ik hou van uitdagingen en vind het leuk om nét dat stapje extra te zetten.

Bij LetoLab draait het om meer dan alleen uitvoeren — het draait om samenwerken, en iets te maken waar we samen trots op kunnen zijn.

Lasersnijden

Simpel gezegd: Lasersnijden is het verdampen van materiaal door middel van licht. Onzichtbaar licht, want wij kunnen het infrarode licht van een CO2-laser niet zien. Door dat licht met een lens tot een bundel van niet meer dan 0.1mm samen te knijpen kan plaatselijk heel veel energie worden gegenereerd, waardoor vaste stoffen direct overgaan in gassen.

Vrijwel alle organische stoffen zoals hout, plexiglas, rubber, textiel, karton en vilt kun je snijden met de laser. Een betere vraag is misschien wel: Welke materialen kun je niet snijden met laser? Metalen bijvoorbeeld. Dat heeft niet zozeer met het vermogen van de machine te maken, maar wel met de frequentie van een CO2-laser. Verder zijn er materialen waarbij giftige of corrosieve gassen vrijkomen bij het snijproces, zoals PVC, polycarbonaat. Dat willen we niet. Glas kan ook niet gesneden worden, net als steenachtige materialen of hele compacte materialen zoals Trespa.

De maximale dikte van een materiaal hangt nauw samen met de dichtheid ervan. Een vederlicht materiaal als polyesterschuim is tot wel 3cm te snijden, terwijl een zware plaat berken multiplex tot slechts 6mm gesneden kan worden vanwege de vele harde lijmlagen die het de laser moeilijk maken. Zou je zo’n compact materiaal met een grotere dikte willen snijden moet de laser zo hard werken dat de snede erg lelijk wordt, met verbranding of vervorming van het materiaal tot gevolg. In zo’n geval adviseer ik om vormen te laten frezen met onze CNC-machine.
Een paar andere veelgebruikte materialen:

  • Acrylaat (plexiglas) – tot 10mm
  • MDF – tot 9mm
  • Populieren multiplex – tot 9mm
  • EPDM of stempelrubber – tot 4mm

Onze lasersnijder heeft een werkbereik van 130 x 90 cm. Het plateau kan in hoogte worden versteld, zodat ook dikkere objecten (tot ongeveer 15cm) onder de laser passen. De voor- en achterkant van de machine heeft een doorvoer waardoor ook langere objecten zoals deuren op het plateau kunnen worden gelegd. Om het hele oppervlak van zo’n deur te kunnen bewerken kan het in meerdere fases doorgevoerd worden.

Een goede voorbereiding is het halve werk! Hier zijn een paar tips om je ontwerp perfect te maken:

  • Snijbreedte (kerf): De laser snijdt met een breedte van 0,1 tot 0,2 mm. Meestal is dat verwaarloosbaar, maar als iets precies moet passen, is het slim om hier rekening mee te houden.
  • Dubbele lijnen vermijden: Zorg ervoor dat er geen overlappende lijnen in je ontwerp zitten. De laser snijdt anders dezelfde lijn meerdere keren, wat kan leiden tot verbranding of lelijke randen.
  • Afmetingen checken: Als LetoLab het materiaal regelt, overleg dan altijd even over de exacte afmetingen. Sommige platen zijn kleiner dan het werkbereik van de machine, en dat kan invloed hebben op je ontwerp.
  • Rookaanslag en reflectie: Bij het snijden ontstaat hete rook die sporen kan achterlaten op het materiaal. Aan de onderkant kunnen er door reflectie van het metalen rooster kleine ingebrande plekjes ontstaan. Soms is het materiaal al voorzien van een beschermlaag, maar als dat niet zo is, kunnen we tijdelijke folie aanbrengen om dit te voorkomen.
  • Kosten besparen: Hoe minder lijnen, hoe sneller het snijwerk klaar is en hoe lager de kosten. Combineer vormen die tegen elkaar aan kunnen liggen, en verwijder de overlappende lijnen.
  • Werk met kleuren en laagnamen: Wil je bepaalde lijnen alleen licht laten insnijden (markeren)? Geef deze dan een duidelijke naam en kleur in je tekening.

Lasergraveren

Omdat de laser van een lasersnijder ongelofelijk snel aan en uitgezet kan worden, is er een functie ingebouwd waarbij de laserkop in banen over het materiaal heen beweegt, zoals een printer. Niet met inkt, maar met pure energie. Dat biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld haarscherpe teksten in hout in te branden, maar ook afbeeldingen, pixel voor pixel. Lees hier meer, en bekijk deze voorbeelden.

Elk materiaal reageert uniek op de laser: Hout krijgt door de hitte een warme, donker geschroeid uiterlijk, terwijl acrylaat direct verdampt en een superstrakke, gladde afwerking achterlaat. Papier snijdt messcherp door het snelle verdampen, steen krijgt een korrelige, matte gravure door het verwijderen van de bovenlaag, en aluminium met coating onthult scherpe, contrasterende lijnen.
Laat je inspireren en bekijk voorbeelden van lasergraveerwerk.

Met deze tips haal je het beste uit lasergraveerwerk:

  • Gesloten vormen: Zorg dat alle vormen in je tekening volledig gesloten zijn. De lasersoftware ziet alleen een gesloten curve als een graveerbaar vlak. Een kleine opening kan ervoor zorgen dat de laser dat deel overslaat.
  • Afbeeldingen: Neem even contact op als je een afbeelding wilt graveren. Niet elk materiaal is even geschikt, en is de ene afbeelding de andere niet. Meestal zijn er tests nodig om het beste resultaat te krijgen.
  • Details en lijnen: Houd er rekening mee dat extreem fijne details minder zichtbaar kunnen zijn, afhankelijk van het materiaal. Test bij twijfel een klein gedeelte van het ontwerp.
  • Materiaalkeuze: Informeer naar de eigenschappen van het materiaal dat je wilt gebruiken. Sommige materialen (zoals leer, plexiglas of aluminium) vereisen specifieke instellingen voor optimale resultaten. Zo geeft graveren op glas een compleet ander effect dan graveren in leer, en is het effect bij een zachte houtsoort heel anders dan bij hardhout, of bamboe. Ik help je graag om dit vooraf goed af te stemmen.
  • Prototypes: Bij complexe ontwerpen of wanneer je niet zeker bent over het eindresultaat, kan een kleine proefgravure op een reststuk materiaal helpen om verrassingen te voorkomen.

CNC frezen

Zie een CNC-freesmachine als een bovenfrees, maar dan bestuurd door computergestuurde motoren in plaats van met de hand. Hierdoor kan de machine supernauwkeurig vormen uitfrezen uit materialen zoals hout, kunststof of metaal, eventueel voorzien van boorgaten, verdiepte ruimtes (pockets) of afschuiningen. Perfect voor maatwerk met strakke details.

De freesmachine is bij uitstek geschikt om hout te frezen. MDF, multiplex en massief hout, evanals bamboe en kurk kunnen allemaal zonder problemen verwerkt worden. Maar denk ook aan Trespa, dat met een diamantfrees strak op maat kan worden gefreesd, en kunststoffen zoals acrylaat en polycarbonaat.
Voor het frezen van metalen zoals aluminium is deze machine minder geschikt, maar sandwichpanelen zoals Dibond (met aluminium aan weerszijden) kan wel worden bewerkt.

Op de machine kunnen vrijwel alle standaard plaatafmetingen tot 130 x 250cm bewerkt worden. De vrije hoogte onder de freeskop is ongeveer 25cm, dus afhankelijk van de lengte van de ingespannen frees kunnen objecten worden bewerkt tot 15 á 20 cm.

Met CAM-software kan een tekening worden voorbereid op het freesproces. Voor elk type bewerking wordt een strategie gekozen en een geschikte frees. De meest voorkomende bewerkingen op een rijtje:

  • Contourfrezen: voor het strak uitfrezen van vormen
  • Graveren: De frees volgt precies de lijn in de tekening. Handig voor sleuven of groeven
  • Boorgaten: In plaats van een frees wordt een boor gebruikt. Een punt of cirkel in de tekening kan geassocieerd worden met een boorgat.
  • Pockets: Verdiepte gedeeltes die op een bepaalde diepte wordt weg gefreesd
  • V-carving: Met een puntig freesje kunnen teksten of andere details haarscherp in het oppervlak worden gefreesd, waarbij scherpe hoeken behouden blijven
  • T-slots: Met een speciale frees wordt een sleuf gemaakt met een T-vormig profiel. Handig voor verbindingen of schroefophangingen
  • Afschuiningen en afrondingen: Voor het afwerken van randen gebruiken we frezen met schuin, hol of bol profiel
  • 3D-frezen: Met deze freesstrategie kan materiaal in overlappende banen worden weg gefreesd zodat nauwkeurige 3D-vormen ontstaan

Voordat een ontwerp gefreesd kan worden is een goede voorbereiding nodig. De eerste stap is het opmaken van een tekening waarin duidelijk af te lezen is welke vormen bij welke bewerking horen. Maak dus bij voorkeur meerdere lagen aan met een duidelijke naam, en geef ze een aparte kleur. Bestaat je ontwerp uit meerdere losse onderdelen? Overleg dan altijd even zodat we kunnen bepalen hoe de onderdelen het beste kunnen worden ingedeeld, en met welke tussenruimte. Zo bereid je je tekening perfect voor op de CAM-software, waarmee we de tekening vertalen naar freesstrategieën en waarmee de machine-instructies gegenereerd kunnen worden.

Aanleveren tekeningen en materialen

Bij LetoLab zul je niet snel ‘kan niet’ horen. Dat geldt ook voor de manier waarop je je tekenwerk aanlevert. Gebruik dus gewoon het CAD-pakket waar je het liefst mee werkt. Toch een paar handige tips om zeker te zijn dat alles goed overkomt:

  • Illustrator: zorg dat alles uit lijnen bestaat, dat vlakvullingen zijn omgezet naar gesloten contouren en dat slechts één tekengebied wordt gebruikt
  • Zet teksten altijd om naar contourlijnen
  • Eenheden: Kies millimeters
  • Lagen en kleuren: Kies beschrijvende namen voor verschillende lagen (bijvoorbeeld Snijden, Graveren, Boorgat_d4 of Pocket_8mm) en gebruik duidelijk te onderscheiden kleuren
  • Exporteren van tekeningen:
    – .dxf (bij voorkeur 2012 / Lines&Arcs)
    – .ai (bij voorkeur v8 of eerder)
    – .3dm (Rhino3D v5)
    – .pdf (alleen wanneer het niet anders kan, en geen teksten worden gebruikt)

Geen zorgen, ik ben goed met ruwe schetsen op servetjes! Heb je alleen een foto? Dan trek ik die over met speciale software. Wil je iets met een bestaand object? Dan scan ik het in of digitaliseer ik de omtrek. Ik zorg ervoor dat jouw idee een technisch bestand wordt waar mijn machines mee aan de slag kunnen.

Materiaal mag je in veel gevallen zelf aanleveren, maar het kan ook verzorgd worden. In overleg is heel veel mogelijk. LetoLab werkt met kleine voorraden van de meest gebruikte materialen zoals MDF en acrylaat.